dinsdag 3 april 2012

Maw and Co, tile factory

Maw & Co  tegel met varenmotief

George Maw was een van die bijzondere mensen die de 19e eeuw rijk was. Hij was een veelzijdig geleerde .Hij werd in Londen geboren in 1832 en stierf in Surrey in 1912. Voor het grootste deel van zijn leven woonde en werkte hij in Shropshire. 

George en zijn jongere broer Arthur kochten samen een teruglopend tegelbedrijf van de Worcester Porselein Compagnie in 1850. Hun bedrijf werd verplaatst naar Banthall in de buurt van Ironbridge in 1852 en verhuisde later nog een keer naar een speciaal nieuw gebouwde fabriek in het nabijgelegen Jackfield in 1883.
Maw and Compagnie werd vooral bekend om hun  hardgebakken vloertegels met Romeinse motieven welke over de hele wereld zijn geëxporteerd. Het waren mozaïektegels die voor gemakkelijk schoon  te maken oppervlakten in openbare ruimtes werden toegepast.
De veelzijdigheid en interesse op vele gebied was terug te zien in de productie van tegels en kunstaardewerk, waarbij ontwerpstijlen uit de archeologie, plantkunde, geologie, tuinkunst en aquarelleertechnieken werden toegepast. Er zijn vele tegels bekend met bloemmotieven. Ik heb een uitzonderlijk voorbeeld van toepassing van varenmotief kunnen bemachtigen, ongetwijfeld geinspireerd door de ferncraze.


signering op achterkant tegel
Het bedrijf heeft op internationale tentoonstellingen vele prijzen in de wacht gesleept, onder meer in Londen 1862, Parijs 1867, Philadelphia 1876 en Adelaide 1887.
George Maw schreef talrijke artikelen over zijn belangstelling voor archeologie. Zijn activiteiten bestonden o.a. uit het opgraven van oude mozaiken bij de opgravingen van Viroconium (Uriconium) op Wroxeter in de buurt van Shrewsbury in de jaren 1860. Sommige daarvan zijn  door souvenir jagers uit die tijd helaas vernietigd. Deze mozaiken hebben zonder twijfel tot inspiratie geleid om tegelsmoziaken in Romeinse stijl te fabriceren. Sommige van deze moziaen zijn te zien in de collectie van het Shrewsbury museum.

Maw was tevens een ervaren plantenjager en verzamelaar. Hij vergezelde in 1871 Sir Joseph Dalton Hooker naar Marokko om een uit plantenjacht samengestelde tentoonstelling te bezoeken en vervolgens  naar het Atlasgebergte. Hij werd uiteindelijk een  expert op het gebied van crocusspecies en publiceerde een monografie over dit geslacht.

Bij zijn huis in Benthall Hall legde hij een prachtige tuin aan. Benthall Hall wordt tegenwoordig beheerd door de National Trust.
                                                 
                                                            Benthall house     




maandag 26 maart 2012

Het groen knalt de grond uit

Adiantum venustum
Het (varen) groen knalt de grond uit. De eerste varensoort die elk jaar zijn nieuwe veren laat zien is bij mij in de tuin Adiantum venustum. Een makkelijke sierlijke en wintergroene varen die mijn tuin al jaren siert.
Asplenium septentrionale
Ook Asplenium septentrionale laat de eerste aanzet tot ontkrullen van het nieuwe varenblad zien.
Hier in bloempot aangeplant als zijnde een rotstuintje op zich, heeft ie het reuze naar de zin.
Pyrrosia polydactylis
De twee Pyrrosiasoorten die ik rijk ben,  heb ik tijdens de vriezende weken binnen gehouden. Zodra de dooiperiode zijn intrede deed heb ik ze weer buiten in de koude kas gezet.
Conigramme japonica
Een rizoon met groeipunt door ruil verkregen via de de Nederlandse varenvereniging http://www.varenvereniging.nl/ en heeft zich gedurende de wintermaanden in  rustperiode erg goed ontwikkeld en is flink aan het uitlopen.

maandag 19 maart 2012


Majolica varen kan 
Dit is één van de laatste aanwinsten  uit de periode van de Fern Craze in de Victoriaanse tijd in Groot Brittanië. Hij zal gemaakt zijn omstreeks 1860. Het varenmotief is behoorlijk realistisch aangebracht. De tuit van de kan heeft de vorm van een uilenkop. De kan wordt dan ook wel owlmask jug genoemd.